De affiniteitsgroep

In tegenstelling tot wat men vaak denkt, hangt affiniteit tussen kameraden niet af van sympathie of sentiment. Affiniteit betekent de anderen kennen, weten wat ze denken over sociale kwesties en hoe ze denken dat ze kunnen ingrijpen in de sociale strijd. De verdieping van kennis tussen kameraden is een aspect dat vaak verwaarloosd wordt – waardoor effectieve actie bemoeilijkt wordt.

Een van de moeilijkste problemen waar anarchisten een antwoord op moesten vinden doorheen hun geschiedenis is de vraag welke organisatorische strijdvorm ze moeten aannemen. Aan de twee uiteinden van het organisatiespectrum vinden we langs de ene kant de individualisten die elke vorm van stabiele relatie weigeren; en aan de andere kant zij die een permanente organisatie voorstaan die actief is op basis van een programma dat met de start van de organisatie werd vastgelegd. Beide vormen dragen kenmerken in zich die vanuit een opstandig perspectief te bekritiseren vallen.

In feite zijn individualisten, die de klassevijand uitselecteren en aanvallen, dikwijls ver voorop het meest strijdbare deel van de uitgebuitenen en uitgeslotenen van dat moment. Hun actie wordt daarom niet begrepen. Aan de andere kant wachten zij die de noodzaak van een permanente organisatie beklemtonen vaak tot er al een aanzienlijk aantal uitgebuitenen zijn die aanduiden hoe en wanneer ze de klassenvijand gaan aanvallen. De individualisten voeren acties uit die ver boven de intensiteit van de strijd staan, de anderen lopen achter de feiten aan.

Een van de redenen voor dit mankement is naar onze mening het gebrek aan perspectief. Het is duidelijk dat niemand een zeker recept heeft dat geen mankementen bevat, maar we kunnen wel wijzen op de beperkingen die wij zien in bepaalde organisatievormen – en mogelijke alternatieven aanreiken.

Eén daarvan staat bekend onder de noemer ‘affiniteitsgroep’. Deze term moet uitgelegd worden.

Affiniteit wordt vaak verward met sentiment. Hoewel niet strikt gescheiden, mogen de twee termen toch ook niet als synoniemen beschouwd worden. Er kunnen kameraden zijn waarmee we affiniteit hebben, maar die we niet sympathiek vinden en vice versa.

Affiniteit komt erop neer je kameraden te kennen en je kennis van elkaar te hebben verdiept. Wanneer de wederzijdse kennis groeit, kan de affiniteit zo groot worden dat je samen acties kan voeren. Affiniteit kan ook dalen tot op het punt waarop van acties geen sprake (meer) kan zijn.

Kennis van de ander is een oneindig proces dat kan stoppen op elk niveau naargelang de omstandigheden en de doelen die je samen wil bereiken. Je zou daarom affiniteit kunnen hebben om bepaalde zaken te doen, en andere dan weer niet. Het wordt duidelijk dat wanneer we over wederzijdse kennis spreken, dit niet betekent dat het noodzakelijk is dat persoonlijke problemen worden bediscussieerd. Deze kunnen uiteraard wel belangrijk worden als ze interfereren met het verdiepingsproces van de wederzijdse kennis.

In deze context betekent wederzijdse kennis dus niet noodzakelijk een intieme relatie hebben. Het is belangrijk te weten hoe de kameraad denkt over de sociale problemen waarmee de klassenstrijd haar confronteert, hoe hij denkt te kunnen interveniëren, welke methodes ze denkt te kunnen gebruiken in bepaalde situaties,…

De eerste stap in de verdieping van wederzijdse kennis van kameraden is discussie. Het is aangeraden een verklarende voorbereiding te hebben, bijvoorbeeld een schrijfsel, zodat er tot op het bot van de problemen kan worden doorgegaan.

Wanneer de essentiële zaken zijn verduidelijkt, worden de affiniteitsgroepen praktisch gevormd. De verdieping van wederzijdse kennis gaat verder in relatie tot hun activiteit als groep en de ontmoeting van de groep met de gehele realiteit. Terwijl dit proces plaatsvindt verbreedt de wederzijdse kennis zich vaak en groeien er sterke banden tussen kameraden. Dit is echter een consequentie van affiniteit, niet het eerste doel.

Het gebeurt vaak dat kameraden omgekeerd te werk gaan, waarbij ze een activiteit starten en pas later overgaan tot de nodige verduidelijkingen – zonder ooit het niveau van affiniteit nodig om samen dingen te doen te hebben bereikt. De dingen worden overgelaten aan het toeval, alsof een of andere duidelijkheid automatisch zou voortkomen uit de vorming van de groep. Natuurlijk gebeurt dit niet: ofwel stagneert de groep omdat er geen duidelijke weg meer te gaan valt, ofwel volgt de groep de tendens van de kameraad of van de kameraden wiens ideeën het scherpst gesteld staan. De anderen zullen zich dan laten meetrekken, vaak met weinig enthousiasme of echt engagement.

De affiniteitsgroep daarentegen heeft een groot potentieel en is onmiddellijk gericht op actie. De affiniteitgroep baseert zichzelf niet op de kwantiteit van de deelnemers (hoeveelheid), maar op de kwalitatieve sterkte van een aantal individuen die samenwerken in een projectmatigheid die ze onderweg samen ontwikkelen.

De affiniteitsgroep is een specifieke structuur van de anarchistische beweging, geschikt voor alle mogelijke activiteiten – propaganda, directe actie, misschien zelfs het uitgeven van een blad, actief zijn binnen een informele organisatie. De affiniteitsgroep kan zich ook naar buiten richten, een basisgroep of een andere massastructuur vormen om zo effectiever te interveniëren in de sociale strijd.

Uit: Insurrection, nummer 4, mei 1988.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License