De strijd gaat door

De strijd van de mijnwerkers, de werklozen, de lage loonarbeiders, immigrantenarbeiders, proletarische vrouwen, jonge mensen…. De groepen en subgroepen zijn eindeloos in de grote massa van uitgebuitenen in het geavanceerde kapitalisme.

De stedelijke getto’s ontvlammen, er broeit iets in de scholen. Woede stijgt onder de bedienden die de laan worden uitgestuurd of niet meer naar waarde worden geschat door privatisering. Havenarbeiders, arbeiders in de auto-industrie, geschoolde en ongeschoolde arbeiders in al de zware en lichte industrieën vinden zichzelf terug, als verworpenen, op de schroothoop van armoede en depressie. Ondertussen worden de rijken rijker. En om deze rijkdom te behouden, bouwen ze meer en meer bunkers, kogelvrije auto’s, getrainde legers,speciale eenheden voor controle van menigten, bouwen ze nieuwe gevangenissen, formuleren ze nieuwe wetten, verstrakken ze de grenscontroles, perfectioneren ze de sociale controle.

De meest voor de hand liggende plaats om deze situatie te doen omslaan, is de officiële arbeidersbeweging. Deze hebben echter jammerlijk gefaald in hun historische taak. Daar kan niet langer twijfel over bestaan. De vakbonden hebben de ruimte nodig om te overleven en enkel het kapitalisme zorgt ervoor dat ze kunnen groeien. Zelfs de, op het eerste gezicht, meest strijdvaardigen hebben niet de intentie of het verlangen een systeem te vernietigen dat meer dan blij is hun te begeleiden in de onderhandelingsrol over het verloop van de kosten in het herstructureringsproces. Hun rol is onmisbaar, en is de prijs waard om toezicht te houden op de stakingsposten als arbeiders niet langer meer bereid zijn de resultaten van de ronde tafel conferentie te aanvaarden.

De enige verliezers zijn diegenen die gevochten en alles gegeven hebben-en alles verloren hebben. Wat goeds is er aan de kredietbalans van het ‘zelfrespect’ als het enige dat er toe doet het verlichten is van nog eens twintig jaar in de mijn werken of een leven van steuntrekken.

De strijd gaat door, ondanks de vakbonden.Ondanks de partijen en hun aanhangers. Ondanks de anarchisten zolang we aan illusies vasthouden die onze beweging zolang gekoesterd heeft.

Wat gedaan? Wachten tot de volgende confrontatie zich voordoet? De volgende keer improviseren, opstandelingen worden, vakbondsafgevaardigen, onthouders voor een dag, anti-militaristen of wat de gelegenheid ook van ons verlangd?

Of is het tijd dat we er voor uitkomen-en duidelijk maken in klare verwoording- wat anarchisten werkelijk zijn. Wat we werkelijk willen: het omverwerpen van de huidige orde en de voorvechters in de strijd voor het nieuwe. Dit is geen abstract concept, het tot het uiterste vergroten om het moment van actie uit te stellen. Als ons uiteindelijk subversief, vernietigend doel even vergeten is, als we onszelf toestaan gefascineerd te worden door de ruk naar het activisme zonder heldere gedachte en doorgronde analyse, dreigen we dikwijls te eindigen in de rangen van net die contra-revolutie die we geloven te bevechten.

We hebben organisatorische voorstellen nodig die een duidelijk referentiepunt vormen en dat het geïnstitutionaliseerde kapitalistisch gepingel overstijgt. Deze voorstellen moeten concreet zijn en we moeten aanwezig zijn in de deelname deze voorstellen over te brengen. Het is tijd dat we uit onze ideologische bunkers komen en elkaar confronteren, niet zozeer op het onmiddellijke en het doordrukken van tactische keuzes voor de volgende demonstratie, maar om de realiteit te analyseren waarin we trachten te werken. Het is tijd om er uit te komen.

Editoriaal uit Insurrection 3, 1985.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License