Geweld en geweldloosheid

Het probleem van het verschil tussen ‘geweld’ en ‘geweldloosheid wordt gewoonlijk verkeerd gesteld omwille van de klassenbelangen en emotionele reacties dat dit met zich meebrengt.

Het geweld van de staat en de terreur van de bazen kent geen grenzen of morele obstakels. Revolutionairen, en in het bijzonder de anarchisten, hebben volkomen gelijk wanneer ze op dit geweld antwoorden met revolutionair geweld.

Complicaties doen zich voor als we de posities onderzoeken van diegenen die geweldloosheid steunen. Blijkbaar kiezen ze er voor om enkel vreedzame methoden te gebruiken, methoden die niet gewelddadig lijken als je ze geïsoleerd bekijkt, het is te zeggen, die de tegenstander niet fysiek aanvallen. Nochtans, als we het bekijken in het algemeen kader van strijd, draaien hun tussenkomsten (met uitzondering van die organisaties die geweldloosheid gebruiken als een alibi om alles te laten zoals het is) uit op net hetzelfde geweld als hetgeen dat uitgevoerd door de voorstanders van ‘geweld’.

Een mars van ‘pacifistische’ demonstranten is op zichzelf een gewelddadige gebeurtenis die de klasse van uitbuiters verstoord. Het is een tentoonspreiden van sterkte, het tonen van kracht. Er is geen verschil met de ‘gewelddadige’ demonstraties, op z’n minst in het doel dat men voor ogen heeft.
Vanuit het strategisch en revolutionair standpunt is het idee dat een gewelddadige demonstratie het mogelijk maakt een militaire overwinning te behalen en te houden, heden ten dage, niet meer denkbaar. Met dit te stellen, willen we niet bedoelen dat we revolutionair geweld moeten weigeren. We bedoelen enkel dat we duidelijk moeten zijn zodat we vermijden dat we het machinegeweer heilig verklaren, aan de ene kant, en dat we agenten van de situatie worden langs de andere kant.

Een puur verbaal onderscheid tussen geweld en geweldloosheid is een vals onderscheid. Een weldoorvoede bourgeois kan gemakkelijk het meest ongebreidelde geweld, tegen de klasse van de bazen, ‘theoretiseren’, maar zal moeilijk de voorwaarden, die nodig zijn voor de totale toewijding voor de revolutionaire zaak, tot stand kunnen brengen. Meestal is dit geweld puur verbaal. In praktijk kiest hij ervoor dingen te laten zoals ze zijn omdat hem dat, onder andere, toelaat zijn vurige retorieken te blijven uitoefenen.

Een ander gelijkaardige weldoorvoede bourgeois kan zichzelf verplaatsen in het verplaatsen in het verheerlijken van geweldloosheid, maar steeds als iets theoretisch, iets dat de negatieve ‘instincten’ van strijd en geweld veroordeeld en de positieve ‘instincten’ van vrede en broederschap heilig verklaard. Deze bourgeois zal echter moeilijkheden ondervinden zijn ‘principes’ van geweldloosheid in praktijk te brengen in een totale dagelijkse betrokkenheid in de sociale strijd. Hij zal kiezen voor het comfort van de situatie zoals ze is, waar hij kan verder mijmeren over vrede en broederschap.

Voordat er gesproken wordt over geweld en geweldloosheid, moet er een onderscheid gemaakt worden of deze vraag van toepassing is op een echte situatie, of dat het eenvoudig een abstracte theorie is en dat er geen intentie is het werkelijk toe te passen. Alleen in een echte situatie is het mogelijk te discussiëren over de strategische en militaire voorwaarden die weerleggen dat geweldloze methoden minder effectief en gemakkelijker te overwinnen zijn door macht. Maar deze discussie is één die nadien komt, het is een vraag over het gebruik van methoden en kan nooit abstract zijn.

Wij zijn niet geïnteresseerd in filosofische discussies aangaande geweld die leiden tot theorieën over het biologisch geweld van levensvormen dat erfelijk bepaald is, enz., en die stinken naar theologie. Wat belangrijk is, is de strijd te benaderen in haar realiteit. De rest is een vraag over de middelen die men kiest en de beste manier om ze uit te voeren.

Als we er persoonlijk van overtuigd zijn dat geweldloze methoden niet geschikt zijn in de sociale strijd van vandaag, is het niet omdat we tegen de kameraden zijn die hun strijd willen vormgeven door geweldloze methoden te hanteren. Wat belangrijk is, is dat men zich ernstig in de strijd engageert, dat het niet beperkt wordt tot het spreken over ‘geweldloze strijd’ als een alibi opdat de politie ons met rust zou laten.

Abstracte discussies over geweld (bijna altijd vurig en bloedig) en gelijkaardige abstracte discussies over geweldloosheid (bijna altijd idioot en paradijsachtig) zijn even walgelijk. We kunnen enkel effectief reageren op de historische misdaad van uitbuiting, terrorisme en geïnstitutionaliseerd geweld met middelen die we zelf kiezen. Het geweld (of het geweldloze) van woorden en toespraken zal niets veranderen.

Uit: Insurrection, nummer 3, 1985

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License