Informele organisatie

De informele anarchistische organisatie heeft niets te maken met programma’s, platformen of vlaggen maar is gebaseerd op een wederzijdse affiniteit tussen kameraden wiens doel het is om te interveniëren in strijden, op een opstandige manier. Daardoor is het mogelijk om aanwezig te zijn in de klassenstrijd en haar op te stoken.

Anarchistische groepen en individuen zijn vaak over het hele territorium verspreid met weinig contact tussen hen en weinig ideeën over methodes en interventies in de sociale realiteit.

Er is een zekere aanwezigheid op sommige terreinen, zeker op die van een syndicalistische aard. Op andere terreinen is er actie tegen nucleaire installaties. Het grootste gebied van interventie is dat van tegen-informatie en propaganda.

Een anarchistische beweging die echt actief is en op het scherp van de snee zit heeft nood aan twee algemene factoren: een snel, lenig, stoutmoedig en effectief instrument en een objectief dat duidelijk genoeg is qua perspectief.

Wij denken dat de informele organisatie en de opstand de concrete mogelijkheden zijn die zich vandaag aanbieden.

Het is al gezegd dat de synthese-organisatie gebaseerd op congressen en politieke programma’s, een structuur is die omwille van inherente kenmerken en de mechanismen die haar ondersteunen, geen geldig instrument kan zijn voor kameraden die in een opstandig perspectief willen bewegen. Politieke programma’s en platformen zijn organisatorische modellen die, vanuit opstandig standpunt bekeken, hun tijd gehad hebben.

Eén ding dat onmisbaar is in de informele anarchistische organisatie is de wederzijdse kennis tussen de leden. Dit en affiniteit tussen kameraden is wat de informele organisatievorm kenmerkt.

We hebben doorheen de tijd allemaal anarchistische posities bereikt door bepaalde overtuigingen in verband met sociale problemen te laten groeien. We hebben al wat ideeën over hoe te interveniëren in de sociale realiteit en gerelateerde strategische keuzes die daarbij gemaakt moeten worden. Dus, laat ons dieper ingaan op deze problemen, laten we zoeken naar de punten van overeenkomst, laten we elkaar tonen wat we denken.

Het is zeker dat dit niet eenvoudig is. Desondanks is het onmisbaar om de onderlinge confrontatie aan te gaan. Zonder dit is er geen enkele vorm van informele structuur of informele relatie mogelijk.

Het informele voorstel betekent niet dat iedereen over elk probleem dat ontstaat akkoord moet zijn met elkaar. Affiniteit bezit geen uniform niveau van intensiteit. De kennis van de ander is een oneindig proces dat grotere of mindere diepgang bereikt naargelang de omstandigheden en de objectieven die je probeert te bereiken.

Het basisproject van een informele organisatie is, naar onze mening, de interventie in strijden volgens een opstandige logica. Deze organisatie geeft geen voorkeur aan het ene terrein boven het andere, het kent geen stabiele centraliteit. Het zoekt een objectief uit dat op een bepaald moment een acuut terrein van sociaal conflict presenteert en werkt in een opstandig perspectief.

Op dit punt is de discussie open. Kritieken die stellen dat opstand vandaag geen geldig voorstel is, verwarren opstand soms met de oude ‘propaganda van de daad’. Wij denken daarentegen dat het opstandige project zichzelf tot doel stelt de macht in al haar verschijningen aan te vallen, door de ontwikkeling van de informele anarchistische organisatie - maar altijd met massadeelname, door met de daad de mogelijkheid en geldigheid van zulke aanvallen aan te tonen.

Op die manier is het mogelijk om aanwezig te zijn in de klassenstrijd en haar aan te stoken.

We zien de informele organisatie dus als een aantal kameraden die met elkaar verbonden zijn door een gemeenschappelijke affiniteit. Hoe breder het scala aan problemen is dat deze kameraden als geheel confronteren, hoe groter hun affiniteit zal zijn. Hieruit volgt dat de echte organisatie, de effectieve capaciteit om samen te handelen, de capaciteit om te weten waar elkaar te vinden, de gemeenschappelijke studie en analyse van problemen en de overgang naar actie, plaatsvindt in relatie tot de bereikte affiniteit en niets te maken heeft met programma’s, platformen, vlaggen of min of meer gecamoufleerde partijen. De informele anarchistische organisatie is daarom een specifieke organisatie die samenkomt op basis van een wederzijdse affiniteit.

Ongetwijfeld zal de informele organisatie neigen naar een groei in aantallen, maar dit is niet het centrale doel van activiteit. Wanneer het organisme op zo’n manier geboren zich verder ontwikkeld, zal het zichzelf gemeenschappelijke interventiemiddelen verschaffen. Eerst en vooral als een instrument voor discussie die nodig is voor analytisch onderzoek, zoals een krant of een publicatie die ertoe in staat is aanduidingen te geven over een breed scala aan problemen en een referentiepunt te worden dat voortdurend de affiniteit of uiteenlopende meningen tussen groepen en kameraden verifieert.

Vervolgens kunnen deze specifieke groepen ook basisstructuren gaan vormen, waarbij de uitgebuitenen uit een specifiek terrein van trijd betrokken worden én niet als een element van groei voor de specifieke beweging. In deze optiek wordt het duidelijk dat om specifieke sociale problemen te confronteren het energieverspilling is om permanente synthese-organisaties in het leven te roepen.

Deze basisstructuren hebben een enkelvoudig doel. Wanneer dit doel is bereikt of de poging is mislukt, verbreidt de structuur zich in een situatie van veralgemeende opstand of ontmantelt zichzelf.

Het moet hier benadrukt worden dat, hoewel het element dat de informele organisatie bijeenhoudt ongetwijfeld affiniteit is, het voortstuwende element altijd de actie is. Als de informele organisatie zich beperkt tot alleen het eerste, dan zullen alle relaties ijselijk worden in een Byzantijns perfectionisme van ieder die niets beter te doen heeft dat te proberen zijn of haar wil om niets te doen te verbergen.

De problemen die hier aangeraakt worden verdienen meer tijd en ruimte, en we nodigen alle kameraden uit om deel te nemen aan de discussie.

G.C.

uit: Insurrection, nummer 4, mei 1988.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License