Voorbij syndicalisme voorbij arbeiderisme

Syndicalisme is op haar terugweg. Goedschiks of kwaadschiks, met dit structureel model van strijd is een era aan het verdwijnen, een model en een toekomstige wereld gezien in termen van een verbeterde en gecorrigeerde reproductie van de oude.

We gaan in de richting van nieuwe en diepgaande transformaties, zowel in de productieve als in de sociale structuren.

Ook de methodes van strijd, de perspectieven en zelfs de korte termijn-projecten zijn zich aan het transformeren.

In een zich uitbreidende industriële samenleving beweegt de vakbond van een instrument van strijd naar een instrument dat de productieve structuur zelf ondersteunt.

Ook het revolutionaire syndicalisme heeft haar rol gespeeld: het duwde de meest strijdbare arbeiders vooruit maar duwde ze, op hetzelfde moment, achteruit in termen van hun capaciteit om zich een toekomstige samenleving te kunnen voorstellen of de creatieve nood van de revolutie in te zien. Alles bleef opgesloten binnen de dimensie van de fabriek. Arbeiderisme is niet alleen eigen aan het autoritaire communisme. Het selecteren van gepriviligeerde gebieden voor de klassenstrijd is ook vandaag nog een van de meest diepgewortelde gewoontes die moeilijk af te leren zijn.

Het einde van het syndicalisme dus. We zijn dat nu ongeveer al vijftien jaar aan het zeggen. Op bepaalde momenten veroorzaakte dit kritiek en verbazing, zeker wanneer we het anarcho-syndicalisme betrokken in onze kritiek. Vandaag worden we al gemakkelijker gehoord. Wie bekritiseert de vakbonden vandaag immers niet?

Iedereen, of toch bijna iedereen.

Maar men kijkt over het verband heen. Onze kritiek van het syndicalisme was ook een kritiek van de ‘kwantitatieve’ methode die alle kenmerken van een embryonale partij in zich draagt. Het was ook een kritiek op de specifieke synthese-organisaties. Het was ook een kritiek op het klassefatsoen dat geleend is van de bourgeoisie en dat gefilterd is door de clichés van de zogenaamde proletarische moraal. Dit alles kan niet zomaar genegeerd worden.

Ook al zijn vandaag vele kameraden het met onze, nu traditionele, kritiek van het syndicalisme eens, er zijn er maar weinig die de visie op alle gevolgen ervan delen.

We kunnen alleen maar interveniëren in de wereld van de productie door middelen te gebruiken die zichzelf niet in een kwantitatief perspectief plaatsen. Ze kunnen daarom niet claimen specifieke anarchistische organisaties achter zich te hebben die werken aan een hypothese van de revolutionaire synthese.

Dit brengt ons bij een andere methode van interventie, die van het opbouwen van fabriekskernen of lokale kernen (1) die zichzelf beperken tot het onderhouden van contact met de specifieke anarchistische structuur en enkel gebaseerd zijn op affiniteit. Het is vanuit de relatie tussen de basiskern en de specifieke anarchistische structuur dat een nieuw model van revolutionaire strijd kan groeien om de structuren van Staat en kapitaal aan te vallen, door middel van opstandige methodes.

Dit laat een betere opvolging van de diepgaande veranderingen die momenteel plaatsvinden in de productieve structuur toe.

De fabriek staat op het punt te verdwijnen, nieuwe productieve organisaties - vooral gebaseerd op verdere automatisering - nemen haar plaats in. De arbeiders van gisteren zullen gedeeltelijk geïntegreerd worden in een ondersteunende situatie of simpelweg in een situatie van sociale zekerheid op korte termijn en overleven op lange termijn. Aan de horizon doemen nieuwe vormen van werk op. Nu al bestaat het klassieke arbeidersfront niet meer, net zoals de vakbond - wat overduidelijk is. Op z’n minst bestaat het niet langer in de vorm die we tot nu toe kenden. Het is een bedrijf als een ander geworden.

Een netwerk van meer en meer gedifferentieerde relaties, allemaal onder de vlag van participatie, pluralisme, democratie,… zal zich verspreiden over de maatschappij en bijna alle subversieve krachten beteugelen. De extreme aspecten van het revolutionaire project zullen systematisch gecriminaliseerd worden.

Maar de strijd zal nieuwe wegen opgaan, zal zich uitstorten doorheen duizend nieuwe ondergrondse tunnels die uitbarsten in honderdduizend explosies van woede en vernietiging, met een nieuwe en onbegrijpelijke symboliek.

Als anarchisten moeten we voorzichtig zijn - we zijn immers de dragers van een vaak zware hypotheek van het verleden - om niet op een afstand te blijven van een fenomeen dat we uiteindelijk niet zullen begrijpen en waarvan de gewelddadigheid ooit zelfs ons bang kan maken. En in het eerste geval moeten we voorzichtig zijn om onze analyses ten volle uit te werken.

A.M.B.

Uit: Insurrection, nummer 4, mei 1988

(1) Kernen, basisgroepen of nuclei.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License