Waarom opstand?

Onze taak als anarchisten, onze voornaamste zorg en ons grootste verlangen, is om de sociale revolutie gerealiseerd te zien: de geweldige omwenteling van de mens en de instituties die er eindelijk in slaagt om een einde te brengen aan de uitbuiting en om het rijk van de rechtvaardigheid te vestigen.

Voor ons anarchisten is de revolutie onze gids, ons constant referentiepunt, wat we ook aan het doen zijn, bij alle problemen die ons bezig houden. De anarchie die we willen zal niet mogelijk zijn zonder de pijnlijke revolutionaire onderbreking. Als we willen vermijden dat dit slechts een droom blijft, moeten we strijden voor de vernietiging van de Staat en de uitbuiters doorheen de revolutie.

Maar de revolutie is niet een mythe die slechts gebruikt kan worden als referentiepunt. Juist omdat het een concrete gebeurtenis is, moet er dagelijks aan gebouwd worden door meer bescheiden pogingen die niet alle bevrijdende kenmerken van de sociale revolutie in de ware zin van het woord hebben. Deze meer bescheiden pogingen zijn opstanden. Zij dragen de revolte van de meest uitgebuitenen van de massa’s en van de meest politiek bewuste minderheid in zich, die de weg bereidt voor de mogelijke deelname van steeds ruimere lagen van de uitgebuite bevolking in een stroom van rebellie die tot de revolutie zou kunnen leiden, maar ook tot de vestiging van een nieuwe macht of een bloedige bevestiging van de oude. In het laatste geval eindigt de opstand bitter, hoewel ze was begonnen als een bevrijdende revolte, met de herbevestiging van Staat en private heerschappij. Dat is de natuurlijke manier van de dingen. Opstand is het onmisbare onderdeel van de revolutie zonder de welke, zonder een lange en pijnlijke reeks ervan, er geen revolutie zal zijn en de macht onverstoord zal regeren in volle glorie. We moeten niet ontmoedigd worden. Opnieuw zijn we voorbereidingen aan het treffen en aan het strijden voor de opstand die er zal komen, een klein deel van de toekomstige mozaiek van de revolutie.

Zeker, het kapitalisme bevat diepe contradicties die het naar processen van aanpassing en evolutie duwen, gericht op het vermijden van de zich steeds herhalende crisissen waar het door geteisterd wordt; maar we kunnen ons niet in slaap laten wiegen met het wachten op deze crisissen. Wanneer ze gebeuren zullen ze verwelkomd worden als ze voldoen aan de voorwaarden om de elementen van het opstandige proces te versnellen.

In deze zin beschouwen wij de tijd altijd rijp voor de volgende opstand. Beter één mislukte opstand dan honderd aarzelingen die honderd gelegenheden tegenhouden waarbij mogelijks de finale revolutie uitgebroken was. Wij zijn daarom tegen diegenen die zeggen dat de recente nederlaag van de revolutionaire beweging ons aan het denken zou moeten zetten en laten besluiten dat we voorzichtiger moeten zijn. Wij vinden dat de tijd voor de opstand gekomen is precies omdat het altijd tijd is om te vechten, daar waar uitstellen enkel nuttig is voor het kapitaal.

De opstand voorbereiden is de subjectieve voorwaarden (persoonlijk en materieel) voorbereiden die een specifieke anarchistische minderheid toestaan om de noodzakelijke omstandigheden te creëren voor de ontwikkeling van het opstandige proces. Hoewel opstand een massa fenomeen is, en zou riskeren om tot een voortijdig einde te komen als het dat niet was, is haar begin altijd het resultaat van een actie van een besliste minderheid, een handvol moedigen die in staat zijn om de ruggegraat aan te vallen van de deel-doelstelling die bereikt moet worden.

We moeten heel duidelijk zijn over dit punt. De taken van de anarchistische strijd tegen de macht kunnen uiterst gevarieerd zijn, maar ze moeten allemaal –volgens ons- samenhangend gericht zijn op het voorbereiden van de opstand. Sommige kameraden kunnen zich wijden aan theoretische verheldering, economische analyses, filosofie of historisch onderzoek, maar dit alles moet direct bruikbaar zijn voor de voorbereiding van die minderheid die in staat is om de opstand te realiseren, hun effect moet zo zijn dat de massa’s zo ruim mogelijk deelnemen of op z’n minst dat ze dit niet hinderen. Sommige kameraden zullen de opstand als realiseerbaar beschouwen in de nabije toekomst (niet uitgesteld tot in het oneindige), anderen zullen vinden dat ze nu meteen kan gerealiseerd worden: dit kan een taakverdeling bepalen, in de zin dat de eersten meer geneigd zullen zijn om zich te interesseren voor de problemen van de revolutionaire cultuur, maar hun einddoel moet hetzelfde zijn. Anders zouden de rebelse krachten, die juist helderheid om actie te organiseren nodig hebben en niet geklets om het uit te stellen, in slaap geluld te worden.

De voorbereidende taak van de minderheid is daarom tweevoudig: aan de ene hand de bewustwording van de problemen op het niveau van de klassenstrijd die niet alleen van een militaire en politieke, maar principieel van een sociale en economische natuur zijn. Daarop volgend: concrete, specifieke en gedetailleerde voorbereiding met het oog op de opstand.

Opnieuw, we staan er op: de voorbereiding van de ruime massa’s kan op geen enkel manier één van de eerste vereisten zijn voor de revolutie. Als we moesten wachten tot al de massa’s klaar zijn voor deze grandioze taak, dan zouden we nooit iets doen. We zijn er van overtuigd dat de voorbereiding van de grote massa’s meer dan wat ook een gevolg zal zijn van de revolutie, en misschien niet het meest onmiddellijke. In tegendeel, de revolutionaire anarchistische minderheid moet klaar zijn voor de historische taak die hun wacht.

Laat ons ook het argument van ‘zuiverheid’ uitschakelen. We nemen niet alleen deel aan opstanden geleid door anarchisten maar ook aan al de andere opstanden die de kenmerken hebben van mensen in revolte, zelfs als voor de één of andere reden het onze toekomstige vijanden, de stalinisten, zijn die hun leiden. In dat geval zouden we ons een betere plaats voor onszelf moeten proberen te veroveren in de strijd zelf, tijdens de gebeurtenissen, waarbij we ons programma van totale bevrijding dat we tegenover de banale economische programma’s van de autoritairen zullen stellen zo veel mogelijk verdedigen. Het zal de opstand zelf zijn die de rest moet vervullen.

De opstand is een taak die meteen moet worden uitgevoerd. Maar met welke concrete middelen? We hebben gezien dat de specifieke minderheid de eerste aanvallen op zich moet nemen om de macht te verrassen en een situatie van verwarring te creëren die de krachten van de repressie in moeilijkheden kan brengen en de uitgebuite massa’s doet nadenken over of ze moeten tussenkomen of niet. Maar wat bedoelen we met een specifieke minderheid? Misschien de revolutionaire beweging in de ruime zin? Deze vragen vereisen een duidelijk antwoord.

Laten we beginnen met de ruimste hypothese. Vanuit het standpunt waar wij in geïnteresseerd zijn kan de revolutionaire beweging in zijn geheel niet gezien worden als een specifieke minderheid die in staat is om samen de opstand te realiseren. De beweging vertoont een hele reeks contradicties die op hun beurt een weerspiegeling zijn van de contradicties van de maatschappij waar we in leven. Met het ideologische model komen groeperingen overeen die uiteindelijk theoretische vooroordelen voor de directe belangen van bevrijding stellen. Daarenboven zijn de analytische formules van een groot deel van de revolutionaire beweging van autoritaire aard, ze hebben daarom de verovering van de Staat voor ogen en niet zijn onmiddellijke vernietiging. Ze claimen de Staat op een anti-bourgeois manier te zullen gebruiken, en niet hem te laten verdwijnen. Dit deel van de revolutionaire beweging heeft daarom duidelijk geen belang bij het meteen gaan voorbereiden voor de opstand aangezien ze zichzelf misleiden met te denken dat de tijd aan hun kant staat. Ze proberen de ondersteunende basis van het kapitalisme te doen afbrokkelen en bereiden de revolutionaire situatie voor zonder de gevaarlijke tussenstap van de opstand. We zullen dus zien dat dit deel van de revolutionaire beweging een anti-opstandige positie zal innemen, tot aan (zoals we recentelijk in veel gevallen hebben kunnen waarnemen) het aanvallen en verraden van anarchistische kameraden die de tegengestelde thesis verdedigen toe. Op dit punt concluderen we dat het niet mogelijk is om het concept van de specifieke minderheid te verbreden. Hypothetisch gezien zal -wanneer de stalinisten hun opstandig proces ontketenen, of omdat ze ervan overtuigd zijn dat de revolutionaire voorwaarden rijp zijn of omdat ze ertoe overhaald worden door de basis, die niet geïnteresseerd zijn in ideologische verfijndheden- onze taak het met al onze krachten deelnemen aan de opstand zijn, het vechten op de concrete plaats van de strijd om daar de nodige ruimte voor onze ideeën te vinden. In het tegenovergestelde geval, waarbij wij het zijn die de rol vervullen van initiatiefnemer van de opstand, zou het best kunnen dat we dit deel van de revolutionaire beweging zullen terugvinden in een tegenovergestelde positie of in het beste geval in de wachtende positie.

Laten we nu eens kijken of de anarchistische beweging als geheel als een specifieke minderheid beschouwd kan worden die in staat is om op termijn de opstand te realiseren. De conclusie is wederom negatief. De contradicties binnen de beweging zijn immens en hebben voornamelijk te maken met de angsten en terughoudendheden die een beperkte groep valse revolutionairen er zorgvuldig in hebben gezaaid. De beweging vandaag lijkt op een oude jas bedekt met lappen die enkel met een grote dosis goede wil zijn vergane glorie weet te herinneren. De vlucht naar hypothetische vormen van elitaire interventies zoals de poging om vooraf opgestelde analyses of gebruiksklare catechismussen op te leggen, of wanneer men claimde de hele beweging te kunnen voorzien van dé finale analyse om meteen in de praktijk te brengen, is een mislukking gebleken. Dezelfde vlucht terug in de tijd naar het anarchosyndicalisme die de uitgebuitenen als een geheel én de revolutionaire kameraden wel teleurgesteld moet achterlaten. Dan de bredere en beproefde struisvogelpolitiek, van het zich verstoppen achter de angst voor provocatie om niets te hoeven doen, om slechts na de feiten tussen te komen, altijd met de weegschaal in de hand om de weinige kameraden die ten minste nog iets aan het doen waren -zelfs al was het welomschreven en beperkt- af te wegen, te berechten en te veroordelen. Van dit deel van de beweging blijft slechts de naam, het symbool, enkele oude kameraden, enkele jonge kameraden die oud zijn geworden voor hun tijd, enkele optimisten die nooit de hoop verliezen, perkamenten mummies in hun klein winkeltje. Het groot aantal actieve kameraden die het revolutionaire deel van de beweging vormen en die klaar zijn om te strijd aan te gaan, mogen niet ontmoedigd worden door de Cassandras en onheilsprofeten. Actie is de maat om het onderscheid te maken voorbij symbolen en principeverklaringen heen.

Het zijn precies de kameraden die beschikbaar zijn voor actie die de specifieke minderheid uitmaken. Zij zullen diegenen zijn die de opstand voorbereiden en realiseren op de manieren en in de vormen die de ervaring van de revolutionaire strijd als een geheel ons heeft overgebracht, zonder te vergeten de recente wijzingen aan de Staat en van de bazen in overweging te nemen. De methode mag er niet in mislukken om rekening te houden met deze minimale organisatievormen van de basis die de verschillende problemen zullen moeten oplossen die zullen opduiken tijdens de opstandige voorbereiding. In deze organisatievormen moet de verantwoordelijkheid van het werk dat gedaan moet worden natuurlijk op de schouders van de revolutionaire anarchistische kameraden terechtkomen, ze mag niet worden overgelaten aan goede intenties of improvisatie. In dit stadium zijn het de regels van het overleven zelf die de onontbeerlijke voorwaarden van veiligheid en voorzichtigheid opleggen. De urgentie van actie zet een punt achter het zinloze geklets.

Er valt nog meer te zeggen over de acties die uitgevoerd worden in minimale structuren van interventie door de specifieke minderheid zoals we ze net geïdentificeerd hebben. Deze acties mogen niet enkel worden beschouwd vanuit het standpunt van “propaganda van de daad”. In feite is hun doel niet om een voorbeeld te geven of om een ruimere groep sympathisanten te beïnvloeden. Dit empirisch aspect bestaat zeker ook, als we in ons achterhoofd houden dat de maximale alliantie die de toekomstige plannen zal garanderen die van de massa’s in revolte is; maar dit aspect is makkelijk te recupereren door het mechanisme van de kapitalistische informatie dat het in producten omvormt die verkocht worden door de kranten, televisie, cinema, boeken, etc. De waarheid is dat de specifieke minderheid zelf door het realiseren van actie de mogelijkheid heeft om iets duidelijk te maken aan anderen als ze zelf iets begrijpen op het moment van de actie zelf. De actie betekent daarom opvoeding door actie, opvoeding van zichzelf en anderen. Als we denken dat we alles weten en exclusief op onze eigen kennis vertrouwen op het moment van actie, leggen we een repetitief mechanisme in handen van het kapitalisme dat zichzelf perfect inpast in het veralgemeende mechanisme van kapitalistische productie, die boven alles herhaling tot in het oneindige betekent.

De actie van de specifieke minderheid mag daarom niet het stopzetten zijn van het ten koste van zichzelf leren wat de realiteit van de strijd betekent, maar moet een graduele en complete transformatie zijn van de eigen leerschool in het tonen aan anderen hoe je de realiteit van strijd kan leren begrijpen. Als de actie van de specifieke minderheid van iets een voorbeeld kan geven, dan is het van hoe je de vijand kan isoleren en raken, en niet hoe je les moet geven. De juiste actie op het juiste moment wordt het substantiële deel van het individu en een specifieke aanval, een symbool van de mogelijke aanvallen in de toekomst, en dit ontplooien van een moment dat nog net niet helemaal volwassen is geworden, is het maximale niveau van interventie dat de minderheid kan bereiken bij het handelen in de realiteit van de strijd. De klassenstrijd kenmerkt het conflict in actie en is het element dat de concrete actie van de specifieke minderheid toelaat. Daarin transformeert de actie zich continu van poging om te begrijpen tot poging om te onderwijzen. Het eerste moment weglaten en alles zakt weg in herhaling, het tweede weglaten en alles zakt weg in onbeslistheid.

In de continue stroom van de klassenstrijd vind je alles, onderwijzers en leerlingen. Daarin valt alles in zijn juiste plooi binnen de krachtsverhoudingen. Eender wie niet geleerd heeft van zijn eigen fouten kan niet voordoen aan anderen, en een uitstekende manier om niet te leren is door te stoppen met bijleren, te denken dat de tijd gekomen is om te onderwijzen en dat is het. Doorheen de filter van de klassenstrijd ontvouwt het collectieve geheugen van de revolutie zich traag maar zeker en wordt het iets grijpbaar. In de actie wordt het concreet tastbaar en zichtbaar voor anderen op het moment dat het een reflectie en een kritisch gegeven is voor de persoon zelf die de actie uitvoert.

Elke individuele minimale structuur van interventie die handelt binnen de specifieke minderheid loopt het risico om zichzelf in dialoog te plaatsen met de revolutionaire beweging in zijn geheel en soms met de hele massa uitgebuitenen, als de zin van de actie niet correct wordt toegepast. Door onszelf voor een geïsoleerd deel te nemen in de aanwezigheid van zoveel referentiepunten, maken we onszelf wijs dat de hele beweging en de uitgebuitenen, hun soort en de soort revolutie van ons afhankelijk zijn; we verwachten dat men wel weet wat we aan het doen zijn, maar we blijven gefrustreerd door de oppervlakkigheid van het antwoord en het algemene onbegrip. De revolutionaire strijd is als een golvende zee waartegen in zwemmen een ijdele zottigheid zou zijn: we moeten ons aanpassen aan de richting van de golven; soms harder en soms zachtjes zwemmen; de impuls van het leven verzamelen die de zee in zich draagt om het verlangde doel te bereiken. In deze moeilijke kunst van het zwemmen ligt de politieke betekenis van de minderheidsactie verborgen. Deze laatste legt de nadruk op zijn klassenbetekenis, het ontploft opeens als de vrucht van het collectieve revolutionaire geheugen en als een aanwijzing voor de strijd nu in actie.

We denken daarom dat de actie van deze minimale structuren –indien goed gekozen- opnieuw onontbeerlijk is voor de voorbereiding van dat opstandige proces dat we als de onmiddelijke taak van alle anarchisten beschouwen en dat niet kan worden uitgesteld. Ver van de twee dingen als een contrast te zien (zoals sommigen ons hebben proberen uiteen te zetten) beschouwen we ze als complementair en ondeelbaar. Het basiswerk van de minimale structuren van interventie vat zich samen in het gehele werk van organisatorische en algemene aard, van de specifieke minderheid als een geheel. De opstand zal, opnieuw, de proef op de som zijn voor wat er al gedaan is, op het zelfde moment oorzaak en gevolg van de wijziging van de krachtverhoudingen die het openen van de deuren voor de revolutie toelaten.

Alfredo M. Bonanno


OPSTAND

Elk nieuw idee en instelling, elke vooruitgang en elke revolutie zijn altijd het werk geweest van minderheden. Het is ons streven en ons doel dat iedereen sociaal bewust en actief zou zijn; maar om dit doel te bereiken is het nodig om allen te voorzien van de middelen om te leven en te ontwikkelen, en daarom is het noodzakelijk om met geweld, aangezien het niet anders kan, het geweld te vernietigen dat deze middelen aan de werkers ontzegt.

Natuurlijk moeten de ‘kleine aantallen’, de minderheid, voldoende zijn, en zij die zich inbeelden dat wij vandaag een opstand willen hebben zonder de krachten die tegenover ons staan in overweging te nemen, of te zien of de omstandigheden al dan niet in ons voordeel zijn, oordelen foutief over ons. In het nu verre verleden waren we ertoe in staat - en deden het ook - om een aantal kleine opstandige daden uit te voeren die geen waarschijnlijkheid op slagen hadden. Maar in deze dagen waren we inderdaad maar met een handvol, en we wilden dat de mensen over ons praten, onze pogingen waren simpelweg propagandamiddelen.

Nu is het niet langer een kwestie van propaganda om te rebelleren; nu kunnen we winnen, en dus willen we winnen, en ondernemen we alleen zulke acties als we denken dat we kunnen winnen. Natuurlijk kunnen we ons vergissen en kunnen op gronde van temperament ertoe verleid worden te geloven dat het fruit rijp is terwijl het nog groen ziet. Maar we moeten het toegeven: onze voorkeur gaat uit naar zij die aan de kant van de haast staan ten opzichte van zij die altijd een wachtspelletje spelen en de beste gelegenheden door hun handen laten glippen omdat ze uit angst om groen fruit te plukken de hele oogst laten rotten!

Errico Malatesta

Uit: Umanita’ Nova, 6 september 1921

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License